
Zittende tang
Ga zitten met gestrekte benen. Trek de tenen naar je toe.
Breng beide armen naar omhoog, maak je lang en buigvoorover.
Leg eerst bij wijze van spreken je buik tegen de bovenbenen dan de borst en dan pas het hoofd en armen. Mochtjedaarniet komen, buig dan de knieën, en pak de grote tenen vast. Haak met de wijsvingers om de grote tenen en trek ze naar je toe. De kruin uitademend langermakend naar de tenen toe. De ellebogen naast je richting grond.
Het is een houding waar je het warm van krijgt.
Adem rustig door, en laat los, zo kom je dieper in de houding,en je merkt wat loslaten voor je kan betekenen.door regelmatig deze oefening te doen, merk je progressie. Geef jezelf er aan over.
Verhaal van de maand oktober :
Er was eens een boer die een prachtig paard bezat. Op een dag besloot het paard weg te lopen en de buurman van de boer zei: “Wat vreselijk dat je dit is overkomen, wat een verlies”. De boer antwoordde droog: “Misschien is het goed, misschien is het slecht.”
De volgende dag kwam het paard terug samen met een ander paard en de buurman zei: “Dat is nog eens geluk, nu heb je twee paarden”. De boer gaf hetzelfde antwoord: “Misschien is het goed, misschien is het slecht”.
De volgende dag viel de zoon van de boer van het nieuwe paard en brak zijn been, waarop de buurman zei: ”Dat is pech” en natuurlijk gaf de boer hetzelfde antwoord..
Spoedig daarop brak de oorlog uit en werden alle jonge mannen opgeroepen voor het leger, behalve de zoon van de boer die niet kon vechten omdat hij zijn been gebroken had. De buurman zei:
“Wat een mazzel”. En de boer antwoordde: “Dat weet je maar nooit”.
Er schuilt zoveel waarheid in de uitspraak “Dat weet je maar nooit”. Het is nu eenmaal zo dat het leven om ons heen zijn eigen gang gaat en wij kunnen de loop van de dingen lang niet altijd bepalen. We hebben alleen maar iets over onszelf te zeggen en over de manier waarop we in het leven staan.
Als we in de toekomst zouden kunnen kijken, zouden we alles waarschijnlijk heel anders zien.
Spreuk van de maand oktober:
Twee mannen keken door de tralies van de gevangenis; de een zag modder, de ander sterren.


