De geestkant van de adem

Het Nederlandse woord adem is verwant met het Sanskriet woord âtman dat adem , levensadem, leven en ziel betekent. Nu is de betekenis van de adem, uitsluitend de lucht die we inademen. Vanzelfsprekend is er lucht nodig om te ademen, maar op het moment dat we inademen, wordt de lucht getransformeerd tot iets persoonlijks, tot adem. Bij het uitademen geven wij dat persoonlijke weer terug aan het heelal. Dit proces is niet typerend voor de adem alleen, want alles wat wij tot ons nemen, wordt omgevormd tot een individuele kwaliteit. Wanneer we eten, wordt voedsel in de mond al gedeeltelijk verwerkt en de chemische samenstelling van het speeksel is van mens tot mens verschillend. Wanneer we het voedsel verder verteren , wordt het afgebroken en opnieuw tot lichaamseigen bouwstoffen opgebouwd.

Adem is leven. Leven is bewust worden, is denken.

Vandaar dat in de oude tekst staat:

Wie zijn adem beheerst, beheerst zijn denken.
Wie zijn denken beheerst, beheerst zijn adem.
Dus adembeheersing en denkbeheersing gaan samen.

Elke gedachte geeft een meer of mindere heftige emotie. Die emotie kan zijn: tevreden, of energiek, geërgerd, woedend, blij, verdrietig liefdevol, weemoedig. Elke emotie geeft ook een ander ademritme: stil of licht, gejaagd, zwaar, diep, oppervlakkig, krampachtig, energiek etc. Elk ademsoort verandert ook het lichamelijk voelen. Het lichaam verkrampt, wordt stil of rusteloos. Daarmee hebben we dus met de adem en concentratie op de adem een zeer krachtig, maar soms ook moeilijk te beheersen instrument.

De adembeheersing is vooral van belang bij meditatie. Aandacht is de denkactiviteit. Focussen.

Concentratie, waakzaamheid en zorgvuldigheid zijn drie kwaliteiten die van belang zijn bij aandacht.

De adem wordt bij yoga gezien als een van de belangrijkste middelen tot het herstellen van evenwicht. We beleven de adem in allerlei standen, houdingen, steeds weer op een andere manier. Soms dwingt een houding de adem in een bepaalde richting.

De betekenis van de adem zien we in de rij der elementen: aarde, water, vuur, lucht en akâsha.  De waarde wordt als volgt uitgedrukt:

We kunnen enkele weken zonder voedsel (aarde element)
Slechts enkele dagen zonder water
Enkele uren slechts zonder warmte,
Enkele minuten zonder adem
En we zijn nog geen seconde zonder gedachte, we zijn zo zelden leeg.

 

Eerste oefening:
Zit ontspannen en stabiel. Breng in gedachten de motivatie voor meditatie en neem voor om gedurende de tijd die je stelt, de oefening vol te houden. Richt de aandacht op de binnenkant van de neus en voel de adem koel binnen stromen, hoe het voorhoofd ruim en helder wordt en volg dan de adem weer terug naar buiten. Steek bij elke inademing, begin met de pink , de vinger omhoog, je houdt de vinger omhoog tijdens de uitademing, dan bij de volgende inademing de ringvinger omhoog en zo ga je verder tot 10 ademhalingen. Daarna weer opnieuw als je wilt.

Tweede oefening:
Zit in een makkelijke houding en neem de eigen adem waar. Dit waarnemen kan alleen als het denken zich uitsluitend bezig houdt met het ademproces van in en uit ademen. Op het moment dat een storende gedachte in het bewustzijn vorm krijgt, zal het ademritme veranderen. Dit veranderde ritme wordt echter niet waargenomen omdat het denken zich identificeert met de nieuwe gedachte. Als men nu probeert de storende gedachte kwijt te raken, gaat dat het beste door de aandacht sterk op de adem te richten en bewust de adem weer kalm en gelijkmatig te maken en houden. Zodoende elimineert men de gedachte en het richten op de adem voelt men hoe de gedachte het ademritme heeft veranderd. Door geconcentreerd en in een gelijkmatig ritme te ademen blijft het denken stil en rustig en het is duidelijk dat men alleen het gekozen ademritme kan handhaven als men zijn denken ook stil, rustig en geconcentreerd houdt op de adem.